Dit is de web-pagina van 'Cadans der getouwen', een theatervoorstelling met muziek over de textielindustrie in de Lage Landen. In 2000 zag de eerste versie van dit project zijn premiere, nu in 2007, gaat de tweede versie van dit project van start.
Het project ‘Cadans der getouwen’ is een initiatief van de Bredase muzikant Guy Roelofs. De afgelopen jaren verzamelde hij liederen die te maken hebben met spinnen en weven. Vanuit zijn eigen achtergrond, zijn ouders hadden een textielfabriek, is hij aan het verzamelen geslagen. Het verzamelen slaat ook op de muzikanten die hij gevraagd heeft om mee te doen aan dit project. Een unieke samenstelling van een Ier, twee Vlamingen en drie Nederlanders. Het doel van Roelofs is om deze oude liedjes over het spinnen en weven weer een plaats te geven in deze tijd. Geen reconstructie, maar met de middelen van deze tijd, revitaliseren van onze recente geschiedenis.
De rode draad van het programma zijn de liederen die zijn achtergebleven over de spinners en wevers van destijds. Het programma loopt van oude 16e eeuwse liederen over de hoogtijdagen van de industrie, tot hedendaagse liederen over de teloorgang van diezelfde industrietak.
|
“De machine en het geraas onder het werk heeft het lied verdrongen” schrijft A. van Delft in de inleiding op zijn verzameling “Spin- & Weversliedjes” uit 1952. Guy Roelofs doet de liedjes op deze CD herleven, en maakte daarbij dankbaar gebruik van het boek van van Delft, maar ook van diverse andere bronnen. Zelf afkomstig uit een textiel-familie, raakte hij geïnteresseerd in de geschiedenis van het ambacht en, als musicus en producer, vooral ook in de daarbij behorende liedjes.
“Cadans der Getouwen” is geen geen historisch document, geen staalkaart van de oude liedcultuur. Het is een moderne muziekproductie met een, op de wortels van de folk teruggaande, geheel eigen aanpak. Maar daarbij is wel geput uit het rijke materiaal, dat werd overgeleverd tot aan het begin van het industriële tijdperk. Daardoor krijgt de klacht van de spinster, die zit te zingen voor haar deur, wachtend op de thuiskomst van haar man, een nieuw leven, klinkt er iets door van de armoede en leefomstandigheden, maar ook van de (zelf)spot van de wevers. En ondanks dat de regels, die Aristide Bruant in 1890 over de textielbaronnen schreef: “het onweer gromt al dat gij niet zult overleven”, voor West Europa zijn uitgekomen, in de Derde Wereldlanden is de toestand nog altijd hetzelfde. Daar komen ónze kleren vandaan. Vandaar, dat het “Loflied op de wever” nog steeds opgeld doet, “omdat er niemand leven kan, tenzij er wordt geweven”.
Peter Koene
|
 |
|
De bezetting van Cadans der getouwen is als volgt:
- Nele Martens: Zang - Jenny van Diggelen: Fluit, tin-whistle en zang - Martin Vermeer: Elektrische bas, fretloze bas - Marc Rosiers: Drums en percussie - Niall Kelleher: Keyboards, piano en accordeon - Guy Roelofs: Bouzouki
|